Geschiedenis
De eerste keer dat Dublin in de geschiedenis ter sprake komt is in de geschriften van Ptolemaeus, een Griek uit 140 voor Christus. Hij noemde het gebied toen wel nog ‘Eblana Civitas’.
Begin tiende eeuw waren er twee nederzettingen waar zich nu de stad Dublin bevindt. De nederzetting An Dub Linh behoorde toe aan de Vikingen, die er een grote slavenmarkt hadden. De Kelten stichtten in 988 Baile Áth Cliath, vlakbij An Dub Linh. Dit ging samen tot het latere Dublin.
De Engelse naam voor Dublin is dus afgeleid van de eerste nederzetting, de Ierse naam Baile Áth Cliath van de tweede. Baile betekent stad, een Átha is een doorwaadbare plaats en Cliath is rieten vlechtwerk dat de rivierbodem op een doorwaadbare plaats verstevigde.
Van de 14de eeuw tot aan omstreeks de 16de eeuw was de streek rond Dublin de enige die tot Engeland behoorde. Vanaf de 17de eeuw groeide de stad steeds meer aan. Een tijd lang was Dublin de tweede grootste stad van het Britse Rijk. Uit deze periode komen ook de gebouwen wat nu als toeristische trekpleisters dienen.
Begin 20 eeuw vond de ‘Easter Rising’ plaats, een oproer van Ierse republikeinen die onafhankelijkheid nastreefden. De situatie was er onveilig. Daarna volgden nog enkele oorlogen, waardoor de stad in puin lag. De stad werd opnieuw opgebouwd maar de voortuigang kwam er maar traag op gang. Pas in de jaren zestig kwam er schot in de zaak. De laatste jaren heeft de stad snel terrein gewonnen op het vlak van infrastructuur, transport en economie.
Vanaf 1922 was Dublin de nieuwehoofdstad van de onafhankelijke staat Ierland. En dat is het nu nog steeds, om precies te zijn de hoofdstad van de republiek Ierland. Dublin staat bekend om zijn beroemde schrijvers welke het in de loop der jaren heeft voortgebracht. Zo zijn James Joyce (auteur Ulysses), Bram Stoker (auteur van Dracula), Oscar Wilde, Jonathan Swift (auteur vanGullivers reizen) en Samuel Becket (auteur vanWachten op Godot) geboren Dubliners.